Please select your country / region

Close Window
GT
GT SPORT Community
BENL
Event-verslag

Pebble Beach Gran Turismo Trophy 2021 gewonnen door de Ferrari 512S uit 1969, bekend van de film 'Le Mans'

Tijdens de 70e editie van het Pebble Beach Concours d'Elegance heeft Gran Turismo-producer Kazunori Yamauchi de Ferrari 512S uit 1969 uitgeroepen tot winnaar van de Gran Turismo Trophy.

De Ferrari 512S is een Groep 5-raceauto die werd ontwikkeld door Ferrari om mee te doen aan het Wereldkampioenschap voor Sportwagens. Naar verluidt is de auto in slechts drie maanden ontwikkeld. Het hart van deze machine is de 550-pk sterke vijfliter V12 die is ontworpen door Franco Rocci, de opvolger van technisch genie Vittorio Jano.

Eind jaren 60 van de vorige eeuw kwam Ferrari met de beroemde 330P4 uit in de racerij, maar door regelwijzigingen op het gebied van cilinderinhoud was de P4 niet meer competitief. Als vervanger werd de 512S in recordtijd ontwikkeld. De ronde carrosserie stond op een stalen buizenframe, bedekt met een aluminium buitenlaag. Daarnaast werden voor het eerst kunststoffen gebruikt.

In de races van de jaren 70 vocht de 512S menig gevecht uit met de Porsche 917 en viel hij op met zijn prestaties, die hem de derde plaats in de 24 uur van Daytona opleverden en de winst in de 12 uur van Sebring. De auto die dit jaar te zien was in Pebble Beach, was ooit het eigendom van de acteur Steve McQueen en schitterde in zijn film 'Le Mans'.

Het is de bedoeling dat deze Ferrari 512S zijn opwachting maakt in een toekomstige editie van Gran Turismo. De Mercedes-Benz 540K Autobahn Kurier uit 1938 werd uitgeroepen tot beste auto van de show.

Hieronder vind je de auto's die ook waren genomineerd voor de Gran Turismo Trophy van dit jaar, beschreven door autodesigner Hideo Kodama.

Ferrari 365P (1966)

Dit adembenemende model werd in 1966 door Pininfarina gepresenteerd tijdens de Salon van Parijs. De 365P is een berlinetta met een midscheeps geplaatste 4,4-liter V12. Zou hij van invloed zijn geweest op Enzo, die destijds zwoer bij de conventionele lay-out van achterwielaandrijving en een voorin geplaatste motor?

Het opvallendste aspect wordt gevormd door de drie stoelen, waarbij de bestuurder in het midden plaatsneemt. Later kreeg dit concept navolging in de vorm van de Matra Simca Bagheera (1974) en de McLaren F1 (1993). Overigens was deze lay-out al eerder te bewonderen in de Panhard Dynamic Sedan uit 1936.

Dit exemplaar trok vele bewonderaars op de salons van Londen en Los Angeles en kwam daarna in handen van een Amerikaanse klant. Volgens de geruchten behoorde ook Gianni Agnelli van Fiat tot de klantenkring. Als dat zo is, werd Agnelli – een echte playboy – tijdens zijn ritjes vast en zeker geflankeerd door twee beeldschone dames.

Het designthema heeft de auto gemeen met tijdperkgenoot Dino 206, maar zijn geluid en souplesse zijn fenomenaal.

Ferrari 410 Super America Superfast (1956)

De 410 Super America was een ontwerp van Pininfarina dat in 1956 aan het grote publiek werd voorgesteld tijdens de Autosalon van Brussel, als transitiemodel tussen de 357 en de snelle 410-reeks. Qua design stond zijn neus in dezelfde richting als zijn voorganger. Een curieuze misser in het oudere ontwerp was de onnodig overmaatse luchtinlaat aan de voorkant.

Het front van de Superfast was juist laag, met een prachtig geïntegreerde luchtinlaat. Daarnaast kreeg de auto allerlei experimentele details die later hun intrede vonden in nieuwe modellen, zoals het kleurverschil boven en onder de horizontale lijn over de lengte van de carrosserie en de vrijdragende constructie zonder A-stijl, waardoor de verstevigde B-stijl de stresskrachten incasseerde.

Wellicht dat de grote staartvinnen, destijds zeer populair in Amerika, een beetje te veel van het goede waren. Latere Superfasts behielden sommige motieven, maar zwakten het geheel af. Wat dat betreft is de innovatieve waarde van dit model zeer hoog.

Miller 91 (1926)

De naam Miller is inherent verbonden aan bolides met voorwielaandrijving, een zeldzaamheid in Amerika. De held van dit verhaal is Harry Miller, een raceconstructeur die vele vernieuwende en frisse ideeën lanceerde tot zijn werkzaamheden ergens tussen 1910 en de Tweede Wereldoorlog werden overgenomen door Offenhouser, een ander groot merk.

Miller bleef werken aan voor- en vierwielaangedreven auto's en modellen met superchargers en onafhankelijke wielophanging. Ook maakte hij een recordauto die eruitzag als een ei, op basis van een Delage uit 1917. Zelfs Ettore Bugatti, aan de overkant van de Atlantische Oceaan, was onder de indruk van zijn prestaties.

Het genomineerde model was helaas geen voorwielaandrijver, maar blonk wel uit door zijn geweldige balans. In 1926 won Frank Lockhart er de Indy 400 mee.

Je ziet aan alles af dat deze auto is gemaakt door een no-nonsense ingenieur, zoals dat geldt voor alle machines die Miller heeft gemaakt.

Porsche 917/30 (1973)

De 917 werd door Porsche in Weissach gebouwd onder leiding van Ferdinand Piëch op basis van de 908. Het was een competitievere auto die de Ferrari 512 en Ford GT40 moest verslaan in de 24 uur van Le Mans. Dat lukte niet in zijn eerste race, maar in 1970 en 1971 won de auto wel en domineerde hij het topklassement. Porsche zag ook mogelijkheden in Noord-Amerika en bracht de 917/10 de oceaan over voor de CAN-AM-races.

Verdere aanpassingen resulteerden in de verbeterde 917/30, die aan het team van Roger Penske werd geleverd. Penske schreef twee auto's in, die in het blauw van zijn nieuwe sponsor SUNOCO het circuit op gingen. Hoewel de auto onderhuids gelijk was aan de originele 917, kreeg hij een uit de kluiten gewassen achterspoiler. Ook aan de voorkant onderging hij grote aerodynamische wijzigingen om de gigantische kracht van de twinturbo's te beteugelen, wat hem een compleet andere look opleverde ten opzichte van de originele 917.

Alfa Romeo 6C1750 GT (1931)

Sinds het begin van de jaren 20 van de vorige eeuw produceerde Vittorio Jano een indrukwekkende reeks raceauto's zoals de Alfa Romeo P2. De volgende compacte machine waaraan hij werkte was de 6C1500, die zijn debuut maakte tijdens de Autosalon van Milaan in 1925. De uitvoering die op Pebble Beach stond, is de versie met een 1750-cc grote motor die 55 pk leverde en bekendstond om zijn geavanceerde techniek. Hij heeft de touringcarrosserie die hem geschikt maakte voor de Mille Miglia, een stijl waarmee hij flink afwijkt van de sierlijke, open Flying Star, de tweezitter waaraan hij is gerelateerd.

Onder de kap schuilde een koetswerk dat was vervaardigd volgens de Weymann-methode, met een watervaste stoffen bekleding. Het gebruik hiervan luidde het begin in van de Superleggera-methode, het patent van de touringklasse.

De radiateur is rechtop geplaatst, in plaats van overhellend. De derde koplamp en de achtervensters werden soms weggelaten om nog meer gewicht te besparen, wat hem de uitstraling gaf van een sober werkpaard. Maar dit exemplaar is al heel lang onaangeroerd gebleven en verkeert in goede staat.

Hulp bij de beschrijvingen: Hideo Kodama
Foto's: John Hietter